Sociale en Veilige Sportomgeving Beleid

April 2015 – Versie 4.0

Inleiding

Pegasus streeft naar een Sociaal en Veilige Sportomgeving. Hierbinnen is respect voor elkaar en is geen ruimte voor ongepast gedrag in de breedste zin van het woord. Om binnen de vereniging een Sociale en Veilige Sportomgeving te realiseren zijn onderstaande beleidsregels opgesteld en goedgekeurd door de Algemene Leden Vergadering. Ieder lid, begeleider en betrokkene bij Pegasus wordt geacht kennis te nemen van dit beleid en hier naar te handelen. Pegasus  .

  1. Vertrouwens Contactpersoon
    1. De vereniging kent twee Vertrouwens Contact Personen (VCP), zowel een man als een vrouw. De VCP heeft geen zitting in het bestuur of commissies, is geen trainer van minderjarige leden en is meerderjarig. Wanneer de VCP een klacht ontvangt wordt het VCP protocol (bijlage 1) gevolgd.
    2. De VCP wordt door de Algemene Leden Vergadering benoemd.
  2. Trainers, coaches en begeleiders
    1. Ieder trainer, coach en/of begeleider van teams met leden jonger dan 18 jaar op 1 oktober  van het desbetreffende seizoen dient een Verklaring Omtrent Gedrag (VOG) te overleggen. Dit dient voor 1 september van het desbetreffende seizoen te gebeuren. Expliciet wordt benoemd dat zonder VOG geen training verzorgd mag worden. De secretaris fungeert als contactpersoon betreffende de VOG aanvraag.
    2. Bij het aanstellen van trainers en/of coaches wordt altijd vooraf door de secretaris het registratiesysteem Seksuele Intimidatie geraadpleegd. De Secretaris verstrekt een bindend advies voor de aanstelling van de trainer/ coach.
    3. Ieder trainer, coach en/of begeleider en ieder lid  is bekend met de ‘gedragsregels begeleider in de sport’ (bijlage 3). Het bestuur verplicht zich tot het uitreiken van deze gedragsregels bij de aanstelling van een trainer, coach en/of begeleider  en het beschikbaar stellen van deze gedragsregels op haar website.
  3. Preventie
    1. Het bestuur van Pegasus evalueert jaarlijks aan het eind van het seizoen dit beleid en doet voorstellen tot aanpassing aan de Algemene Leden Vergadering. Het bestuur volgt hierin de richtlijnen zoals die vanuit het NOC – NSF gehanteerd worden.
    2. Het bestuur draagt er zorg voor dat er minimaal een keer per twee jaar een Risico Analyse wordt uitgevoerd. Deze Analyse wordt door uitgevoerd door een
      door het bestuur aan te wijzen lid. Het bestuur verplicht zich de uitkomsten van deze risico inventarisatie op te pakken en af te handelen. Een samenvatting
      van de risico inventarisatie wordt tijdens de eerstvolgende Algemene Leden Vergadering  met de leden  gedeeld.